MALAYSIA SITE

Amedé en Dory Cobussen

Home Print volledige pagina Email 

Geschiedenis van Maleisië

Het begin  Malakka  Brits Maleisië  W.O. II  Merdeka

Het begin

Alles wat we weten over de oudste bewoners van Maleisië is gebaseerd op archeologische vondsten en oude Indiase, Chinese en Arabische bronnen. Op Borneo in de staat Sarawak is in de grotten bij Niah een schedeldeel gevonden welke op 35.000 v.Chr is gedateerd en wel het oudste bewijs is van een Homo sapiens in dit gebied. Op het schiereiland zijn de oudste skeletresten van ongeveer 10.000 jaar geleden. Deze oerbewoners hadden al stenen werktuigen die ze gebruikten voor de jacht en zijn waarschijnlijk de voorouders van de inheemse bewoners (Negrito's) van Maleisië, die nu Semang en Jakun worden genoemd. De Negrito's werden uiteindelijk verdreven naar de heuvels en het oerwoud door de Proto-Maleiers, welke uit Yunnan in China afkomstig waren. Op hun beurt werden deze Proto-maleiers weer verdrongen omstreeks 300 v.Chr. door Deutero-Maleiers, een bevolkingsgroep ontstaan uit gemengde huwelijken van Proto-maleiers en Chinezen, Indiërs en ook met volken uit Arabië en Siam (het huidige Thailand).

Het Maleis schiereiland lag precies tussen de handelsroute van de afzetgebieden India en China en was een geschikte pleisterplaats voor de Indiase schepen die oostwaarts zeilden. Deze reizen vonden in het begin van de Christelijke jaartelling plaats. Langs de kust van het schiereiland moesten de schepen wachten tot de moesson voorbij was alvorens ze verder konden trekken. De Indiase kooplieden ontdekten tijdens dit oponthoud dat het schiereiland rijk was aan specerijen, goud en aromatische houtsoorten. Ook kwamen ze er achter dat het door alle piraterij op de straat van Malakka, veiliger was om de handelswaar over land te vervoeren naar de andere zijde van het schiereiland en daar weer in te schepen. Door dit alles ontstonden er langs de kust al gauw handelsnederzettingen en werden veel maleiers door het contact met de Indiase handelaren aanhangers van het hindoeïstische of boeddhistische geloof. In deze tijd werden de eerste tempels gebouwd waarvan nog overblijfselen zijn gevonden in de staat Kedah. Veel nederzettingen groeiden uit tot koninkrijken waarin diverse kenmerken van de Indiase cultuur werden overgenomen. Aan de hoven werden Brahmaanse rituelen ingevoerd en de heersers werden 'raja' genoemd.


Malakka

In de 16e eeuw is er een legende opgetekend die het ontstaan van Malakka (Melaka) beschrijft. Zo rond 1400 werd het eiland Tumasek (het huidige Singapore) geregeerd door Parameswara. Hij vluchtte met zijn volgelingen, na een aanval door de Javanen, naar de grens van de huidige staten Johor en Negri Sembilan. In 1403 dreven varanen hem weer verder op tot hij op een dag bij een vissersdorpje aan het jagen was. Een van zijn honden kreeg daar een schop van een pelandok (dwerghert) en Parameswara bedacht dat zoveel vechtlust van een pelandok een goed voorteken was en besloot op die plek een nederzetting te bouwen. Omdat hij toevallig naast een melaka-boom (oliepalmboom) stond, gaf hij de nederzetting de naam van die boom. En zo was Melaka geboren. Onder het bewind van Parameswara werd Malakka een bloeiend handelscentrum. Malakka lag dan ook perfect gesitueerd tussen China en India en steeds meer passerende schepen meerden aan in Malakka. In 1406 kreeg Malakka via de keizer van China stadsrechten. De stad Malakka groeide in rap tempo en binnen vijftig jaar was het inwoner aantal gestegen naar 40.000 zielen. Tegen het einde van de 15e eeuw werd de islam geïntroduceerd door Gujarati handelaren uit west India. De heersers namen nu de titel 'sultan' aan en ook de inwoners van de onderworpen gebieden namen de islam als godsdienst aan. Malakka werd in tweeën gedeeld door een rivier. Op de zuidelijke oever lag het paleis van de sultan met de kampongs en op de noordelijke oever lagen de pakhuizen en woningen van de kooplieden. De twee helften waren verbonden door een brug.

De 15e eeuw was ook de periode dat europa zijn macht liet gelden in de Aziatische landen. Vooral Portugal wilde hun invloed in deze regio uitbreiden. Ook voerden de Portugezen een kruistocht tegen de Islam en hadden ze het gemunt op de specerijen. Malakka was een belangrijk doelwit omdat hier veel specerijen vanuit de Molukken werden verhandeld. Zo hadden de Portugezen koers gezet naar Malakka om daar een handelspost te vestigen. Ze werden echter overvallen en konden ternauwernood ontsnappen. Dit was voor de Portugezen voldoende reden om in 1511 op volle sterkte terug te komen onder aanvoering van Alfonso de Albuquerque en Malakka te veroveren. De sultan en zijn volgelingen vluchtten het achterland in en Malakka had haar onafhankelijkheid verloren. De Albuquerque liet een fort bouwen en noemde het A Famosa. Het fort was zo goed te verdedigen dat gedurende 130 jaar niemand Malakka kon veroveren. Toch kwam hier in 1640 verandering in en wel door de Nederlanders. Reeds in 1602 ontstond uit een samenwerking van Nederlandse handelsmaatschappijen de Verenigde OostIndische Compagnie (VOC).

De Nederlanders die voornamelijk in de Molukken waren geïnteresseerd, vonden Malakka toch belangrijk vanwege zijn strategische ligging en zeker ook om de Portugezen af te troeven sinds de haven van Lissabon verboden gebied was voor de Nederlanders. Deze konden nu niet meer de specerijen vanuit die haven inslaan en dat was ook de belangrijkste reden om de VOC op te richten. Na een blokkade van de haven van Malakka en een zware beschieting van de vesting A Famosa, kwamen de Nederlanders aan land en omsingelden de stad. Na een belegering van een half jaar namen de Nederlanders in 1641 uiteindelijk Malakka in. Omdat de Nederlanders nu een monopoliepositie hadden in de Oost, konden ze tegen zeer scherpe prijzen inkopen. Ze maakten echter veel vijanden omdat iedere Indiase of Engelse koopman aan de Nederlanders een vergunning moest vragen om te handelen in dit gebied. Daarom hebben de Nederlanders, ondanks dat ze Malakka 150 jaar bezet konden houden, toch weinig invloed op de plaatselijke bevolking gehad.


Brits Maleisië

Zoals de Nederlanders de VOC hadden, zo hadden de Engelse kooplieden de East India Company (EIC). De Engelsen dreven voornamelijk handel met China voor de invoer van Chinese thee in Europa en zochten daarom in Zuidoost-Azië een haven waar ze hun schepen konden repareren. In 1785 gaf de sultan van Kedah de EIC toestemming om een nederzetting te vestigen op het eiland Penang. In 1786 landde Francis Light op Penang en liet een groot deel van het oerwoud kappen. Hij maakte van Penang een vrijhaven, zodat koopvaarders uit heel Zuidoost-Azië met hun handelswaren naar Penang kwamen. Light stierf in 1794 aan Malaria. In 1808 werd met het 'Charter of Justice' het Engelse recht ingevoerd. De Franse revolutie, die in 1789 was uitgebroken, leidde indirect tot de Britse bezetting van Malakka. Dit kwam omdat de Franse troepen Nederland hadden bezet en het zag er naar uit dat de Nederlandse overzeese havens in Franse handen zouden vallen. Dit wilden de Nederlanders voorkomen en de Nederlandse regering in ballingschap kwam met de Britse regering overeen dat de Engelsen de Nederlandse bezetting van Malakka tijdelijk zouden overnemen om na afloop van de oorlog met Frankrijk deze weer aan de Nederlanders terug te geven. De Nederlanders bleven echter na terugkeer nog maar zes jaar in Malakka en in 1824 droegen ze de stad Malakka vreedzaam over aan de Engelsen.

In 1826 werden Singapore, Malakka en Penang verenigd als kroonkoloniën in de Straits Settlements en onder politieke bemoeienis van de Engelsen maakt het Maleis schiereiland een grote bloei door. Sabah en Sarawak ontwikkelden zich op hun eigen manier. De in India geboren Engelse avonturier James Brooke hielp de raja Muda Hashim een einde te maken aan een reeds vier jaar durende opstand van plaatselijke stammen. Brooke werd voor zijn hulp beloond en in 1841 als raja van Sarawak geïnstalleerd. Dit was het begin van een periode over meer dan 100 jaar waarin blanke raja's over Sarawak regeerden. Op het schiereiland was er intussen een machtsstrijd gaande tussen Perak en Selangor en dat kwam de uitvoer van tin niet ten goede. De nieuwbakken gouverneur, Andrew Clarke, kreeg opdracht om de zaken te regelen. De machtsstrijd om de troon van Perak werd beëindigd toen Clarke in 1874 een bijeenkomst belegde op zijn schip, dat bij het eiland Pangkor voor anker lag. Daar werd door beide partijen het verdrag van Pangkor getekend en kregen de Engelsen directe heerschappij over Selangor en Perak. Later werden ook de staten Negri Sembilan en Pahang onder Brits bestuur geplaatst. In 1896 werden de Federated Malay States (Gefedereerde Maleise Staten) gesticht. De federatie bestond uit de 4 staten Selangor, Perak, Negri Sembilan en Pahang, met Kuala Lumpur als hoofdstad. In 1909 sloten de Britten een verdrag met Siam waarbij ze het gezag over de noordelijke staten Kedah, Perlis, Kelantan en Terengganu verwierf. Tenslotte werd in 1914 de sultan van de zuidelijkste staat Johor gedwongen om een Britse adviseur te aanvaarden. Met deze laatste overeenkomst hadden de Engelsen nu het bewind over het hele Maleise schiereiland en Brits Malaya was geboren.


W.O. II - De Japanse Invasie

In 1941 hadden de Japanners Indochina bezet en dreigde een Japanse invasie van Malaya. Groot-Brittannië had in deze periode de handen vol aan de dreigende Duitse invasie en mogelijke inname van het Suezkanaal en kon niet veel doen om Malaya te beschermen. Op 8 december 1941 begon dan ook de Japanse invasie met de beschieting van de stranden van Kota Bharu in de noordoostelijke staat Kelantan, waarbij ze weinig tegenstand ondervonden. De troepen van het Britse Gemenebest waren niet getraind in oorlogvoering in de jungle en al terugtrekkend leden ze alleen maar verliezen. Op 31 januari 1942 trokken de laatste troepen van het Gemenebest zich terug over de dam van het Maleis schiereiland naar Singapore. Op 8 februari vielen de Japanners Singapore aan, waarbij veel burgers omkwamen bij de hevige bombardementen. Op 15 februari gaf luitenant-generaal A.E. Percival Singapore over aan de Japanners. Ook Sarawak en heel Noord-Borneo waren al in Japanse handen. Er volgde nu een drie en een half jaar durende Japanse bezetting waarin de bevolking vreselijk leed onder de Japanse wreedheden. Deze waren vooral gericht tegen de Chinezen, die de Japanners zeer vijandig gezind waren als gevolg van de oorlog in China. Duizenden Chinezen werden geëxecuteerd of gevangen gezet. Ook werd de nog aanwezige Europese bevolking van Malaya krijgsgevangen gemaakt of opgesloten in interneringskampen. Wreedheden en martelingen waren aan de orde van de dag en een groot aantal Europese gevangenen en Indiase arbeiders werden tewerk gesteld bij de aanleg van de beruchte Birmaspoorlijn. Omdat de gevangenen allemaal hetzelfde lot was toebedeeld ontstond onder hun een groot gevoel van kameraadschap. Op 6 augustus 1945 werd door een Amerikaanse B-29 bommenwerper een atoombom afgeworpen die de Japanse stad Hiroshima met de grond gelijk maakte. Drie dagen later werd ook Nagasaki op deze manier van de kaart geveegd. Op 14 augustus capituleerden de Japanners en was ook Malaya van hun bevrijd. In september 1945 landden er weer Britse strijdkrachten in Malaya. Door middel van een militair bestuur, de British Military Administration, werd het Britse gezag weer hersteld. Voor hun de moeilijke taak om te zorgen dat het normale leven weer op gang kwam.


Communisme - Nationalisme - Merdeka

Nadat de Britten Malaya in 1945 opnieuw in bezit hadden genomen werd door het Britse kabinet het besluit genomen om zowel de gefedereerde en ongefedereerde staten, Penang en Malakka onder te brengen in de Maleise Unie, met uitzondering van Singapore. De Unie zou een eenheidsstaat moeten worden met een centrale regering en gouverneur. De sultans zouden hun soevereiniteit overdragen aan de Britse kroon. Een aantal sultans die wisten dat hun trouw tijdens de Japanse bezetting door de Britten in twijfel was getrokken, waren maar al te graag bereid om te tekenen om zo hun loyaliteit te bewijzen. De overige sultans die het Unieverdrag niet wilden tekenen, werden door de Britten onder druk gezet om dit toch te doen. De Maleiers verweerden zich echter krachtig tegen het Unieplan. Afgevaardigden van maar liefst 41 Maleise organisaties kwamen in maart 1946 in Kuala Lumpur bijeen om een nationale beweging tegen de Maleise Unie te vormen, die de UMNO werd genoemd. Sarawak en Noord-Borneo waren in juli 1946 al Britse kroonkolonies geworden. De Britten gingen aanvankelijk door met hun plannen voor de Unie, maar het verzet van de UMNO was zo sterk dat de Unie op 1 februari 1948 werd herroepen. De federatie van Malaya was ontstaan en werd door alle partijen aanvaard, omdat deze de soevereiniteit van de sultans garandeerde. Hoewel de federatie een centrale regering had, behielden de staten zeggenschap over een aantal belangrijke departementen. In deze tijd kreeg de federatie het zwaar te verduren door activiteiten van de ondergrondse communistische partij. Chinese communistische guerrilla's hadden tijdens de Japanse bezetting verzetsgroepen georganiseerd om de Jappen te bevechten en noemden zich MPAJA (Malayan Peoples Anti-Japanese Army). Na het einde van de Japanse bezetting werd de MPAJA ontbonden. De Malayan Communist Party (MCP) infiltreerde binnen de vakbonden en organiseerde stakingen om de economie op z'n kant te helpen. De secretaris-generaal van de MCP, Loi Tek, bleek tijdens de Japanse bezetting een dubbel spion te zijn en verschafte de Japanners gegevens over een top-overleg van de MCP op 31 augustus 1942 in de Batu Caves bij Kuala Lumpur. De Japanners konden hierdoor de meeste topmensen van de partij vermoorden. Toen de rol van Loi Tek duidelijk werd, verdween hij op 6 maart 1947 spoorloos met medeneming van de partijkas.

Chin Peng werd aangesteld als de nieuwe secretaris-generaal van de MCP. Hij zag kans de partij te reorganiseren en zorgde via ondergrondse praktijken voor een golf van aanvallen en moorden op Europese mijnbouwers en planters. In juni 1948 riep de Maleise regering de noodtoestand uit na een uitbarsting van geweld. De communisten hadden het gemunt op de mijnen en plantages om zo de economie te ontwrichten. Ze organiseerde zich in regimenten en leefden in het oerwoud in kampen die goed gecamoufleerd waren tegen luchtaanvallen. Politieke indoctrinatie was hun belangrijkste activiteit.

foto rechts - Secretaris-generaal van de MCP, Chin Peng »»»»»

Vooral bewoners van de afgelegen dorpen waren vaak slachtoffer van de communisten die hun van voedsel en geld beroofden. Ook reizen was erg gevaarlijk omdat de strijders je vanuit een hinderlaag langs de weg konden overvallen. Echter met de komst van Sir Harold Briggs in 1949, die de leiding kreeg over de operaties van de veiligheidstroepen, werden de bewoners die het meest kwetsbaar waren voor de communistische strijders naar veiliger oorden gebracht. Hierdoor verloren de communisten hun vitale bron van bevoorrading en informatie. De aanvallen van de terroristen op de nieuwe dorpen werden succesvol afgeslagen door de veiligheidstroepen en de communisten werden steeds verder verdrongen tot diep in het oerwoud. Zo werden in 1953 de gebieden waaruit de communisten waren verdreven tot 'witte zones' verklaard. In deze zones werd de rantsoenering van voedsel en het uitgaansverbod verzacht.

In 1954 werd er een nieuwe politieke alliantie opgericht, ontstaan uit een bondgenootschap van de UMNO met de Malayan Chinese Association en de Malayan Indian Congress. Deze alliantie kon zo de belangen gaan vertegenwoordigen van de verschillende etnische groeperingen in Malaya. Als eerste eiste de Alliance (zo werd de alliantie genoemd) dat er verkiezingen moesten komen voor de Federal Legislative Council (federale wetgevende raad). Dit gebeurde in 1955 waarbij de Alliance 80% van de uitgebrachte stemmen kreeg en Tunku Abdul Rahman benoemd werd tot eerste minister. Tunku had al vanaf 1951 de leiding over de UMNO. Door de regering werd amnestie verleend aan de communistische terroristen en Tunku ontving de communistenleider Chin Peng voor besprekingen die moesten leiden tot het opheffen van de noodtoestand. Deze ontmoeting was geen succes en Chin Peng ging terug naar het oerwoud.

In 1956 ging onder leiding van Tunku een delegatie naar Londen om te onderhandelen over de onafhankelijkheid van Malaya, waartoe de Britse regering bereid bleek. Er werd een staatsinrichting opgezet in de vorm van een federatie, waarbij de afzonderlijke staten bepaalde rechten en bevoegdheden behielden, maar de uitvoerende macht in alle belangrijke zaken berustte bij de centrale regering in Kuala Lumpur. De regering kreeg de vorm van een constitutionele monarchie. Uit het midden van de negen regerende sultan-families moest de Agong (de opperste heerser) gekozen worden, die dan 5 jaar lang zou regeren terwijl de opperste macht bij het parlement berustte. Die bestond uit een volledig gekozen huis van afgevaardigden en een senaat waarvan de leden benoemd werden.

Merdeka stadion 31 aug 1957 - Kuala Lumpur »»

 

Ook werd het Maleis (Bahasa Melayu) gekozen als nationale taal van het onafhankelijke Malaya. Een historische gebeurtenis voltrok zich op 30 augustus 1957, toen een grote mensenmenigte op de padang voor de Selangor Club in Kuala Lumpur bijeen kwamen om getuige te zijn van het voor de laatste keer strijken van de Union Jack. De volgende dag vond in het Merdeka-stadion de officiële soevereiniteitsoverdracht aan de eerste premier van het onafhankelijke Malaya, Tunku Abdul Rahman plaats, waarbij de Merdeka-kreten (merdeka is het Maleise woord voor vrijheid) door het stadium galmden.

«««« Merdeka groet door Tunku Abdul Rahman

 

MENU

Geschiedenis Maleisië

Algemene Info

Vervoer in Maleisië

Review Maleisië